‘Josephus, Joodse tijdgenoot, bevestigt Jezus’ kruisiging en volgelingen; noemt hem wijs en mogelijk messias. Ontdek zijn ooggetuige-aanpak en controversiële passages—lees Josephus zelf.’ (2 minuten leestijd, 2:56 minuten video)
Niet-Bijbelse bron: 1e eeuw n.Chr.
Weet u niet zeker wat u moet geloven over de Bijbel? Is het feit of fictie? Het bewijs voor de betrouwbaarheid van de Bijbel zoeken we in niet-bijbelse bronnen, zoals de geschriften van Flavius Josephus; daarmee maken we een ‘tijdsreis’ naar de 1e eeuw n.Chr.
Flavius Josephus over Jezus
Flavius Josephus (Josef ben Matitjahoe) was een Joodse geschiedschrijver en een tijdgenoot van Jezus en de apostelen. Hij nam deel als legerleider aan de Joodse Opstand (66–70 n.Chr.). Uiteindelijk verwoestten de Romeinen Jeruzalem en de Joodse Tempel. In een vroeg stadium werd Josephus gevangen genomen. Vervolgens voorspelde hij in een droom aan de Romeinse bevelhebber Vespasianus dat deze keizer zou worden. Vespasianus nam Josephus mee naar Rome en verleende hem later gratie.
Werk en positie
Om het Joodse volk te overtuigen het verzet tegen de Romeinen te staken, schreef Josephus in opdracht van Vespasianus De Bello Judaico (De Joodse Oorlog). Veel tijdgenoten zagen hem echter als een verrader vanwege zijn samenwerking met Rome. Ongeveer twintig jaar later publiceerde hij Antiquitates Judaicae (Geschiedenis van de Joden). Daarin beschreef hij de geschiedenis van zijn volk vanaf de schepping tot zijn eigen tijd.
Antiquitates Judaicae en verwijzingen naar Jezus
In Antiquitates Judaicae verwijst Josephus tweemaal naar Jezus. Een passage luidt vrij vertaald: “Te dien tijde was er een zekere wijs man die Jezus werd genoemd. Zijn gedrag was goed en hij stond bekend als deugdzaam. Velen, zowel Joden als niet-Joden, werden zijn discipelen. Pilatus veroordeelde hem tot de kruisiging en de dood. Zijn volgelingen verlieten hem niet; zij zeiden dat hij drie dagen na zijn kruisiging aan hen verscheen en dat hij leefde; wellicht was hij de Messias waarover de profeten spraken.” (Antiquitates Judaicae, XVIII.63). Deze passage noemt Flavius Josephus over Jezus expliciet.
Een andere passage vermeldt: “Ananus profiteerde van de afwezigheid van Festus en Albinus en riep een vergadering van rechters bijeen. Daar liet hij de broer van Jezus, die Christus genoemd wordt — de man heette Jacobus — en enkele anderen voorleiden. Hij beschuldigde hen van wetsovertreding en liet hen stenigen.” (Antiquitates Judaicae, XX.200). Ook deze verwijzing ondersteunt het bestaan van Jezus in niet-bijbelse bronnen.
Korte evaluatie
De verwijzingen van Flavius Josephus over Jezus in Antiquitates Judaicae vormen voor historici een niet-bijbelse bron uit de 1e eeuw n.Chr. Zij bieden externe vermeldingen die relevant zijn bij de vraag naar de historiciteit van Jezus.
Reis verder terug in de tijd…
Ontdek de Pilatus‑inscriptie: een 1e‑eeuwse archeologische bevestiging van Pontius Pilatus, Romeins prefect van Judea, die de historische context van het evangelieverhaal en Jezus’ kruisiging ondersteunt. Lees verder.