‘Loofhuttenfeest: tijdelijk wonen in loofhutten herinnert aan Exodus, vergankelijkheid en oogst; profetisch naar Christus’ komst en rust; vreugde, sabbat en verwachting van Gods vernieuwde schepping. Lees verder.’ (8 minuten leestijd)
Gods feestdag
In Leviticus 23 staan meerdere feesten genoemd. De HEERE God zegt nadrukkelijk: “Dit zijn Mijn feestdagen”. God stelde deze dagen in voor Zijn volk, zowel voor Israëlieten als voor niet-Israëlieten (Ex. 12:38; Joz. 8:33). Ze herinneren aan hoe het volk leefde toen God hen uit Egypte leidde (Lev. 23:43).
Wat is een loofhut
In Leviticus 23:34 spreekt God over Zijn feest hasukkot. Dit Hebreeuwse woord betekent ‘hutten’, ‘tenten’ of ‘tijdelijke woningen’. In vers 40 staat dat takken met groene bladeren verzameld moeten worden. In Nehemia 8:14-18 lezen we dat men van deze takken tijdelijke woningen maakt. Daarom noemt men die woningen loofhutten.
Vergankelijkheid
Een tent, en speciaal een loofhut, benadrukt de kwetsbaarheid van de mens en de vergankelijkheid van het wereldse. Het Loofhuttenfeest sluit de fruit-, olijven- en druivenoogst af. Met Gods zegen lagen de opslagruimtes vol. Toch zet men zichzelf tijdens het Loofhuttenfeest in een provisorische hut. Daardoor waarschuwt God ons om ons niet te hechten aan vergankelijke rijkdom.
De loofhut symboliseert ook het vergankelijke lichaam. In 2 Korintiërs 5:1 staat dat we tijdelijk in dit lichaam wonen; het wordt vergeleken met een tent (Basis Bijbel).
Jezus’ vergankelijke lichaam
Diezelfde beeldspraak vinden we in Johannes 1:14 over Jezus’ vergankelijke lichaam. “Het spreken is vlees-en-bloed geworden en heeft bij ons zijn tent opgeslagen” (Naardense Bijbel). Johannes legt hiermee een verband tussen de geboorte en het Loofhuttenfeest. Hij gebruikt het Griekse woord eskenosen, dat het betrekken van een tijdelijk verblijf, zoals een tent, benadrukt. Het Hebreeuwse woord voor tent is soekka, waaruit soekot (het Loofhuttenfeest) is afgeleid.
Een Kind is ons geboren
In Lucas 1 openbaart de engel Gabriël aan Maria dat zij een Zoon zal baren. Deze Zoon zal op de troon van David zitten “en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid” — een vervulling van Jesaja 9:5-7.
Veel mensen weten dat 25 december waarschijnlijk niet de geboortedatum van Jezus is. Men hanteert die datum vaak omdat er geen beter alternatief lijkt te bestaan. Maar de Bijbelse gegevens bieden wél aanwijzingen voor een ander tijdstip.
- Zacharias behoorde tot de tempelafdeling van Abia (Luc. 1:5).
- Abia was de 8e van 24 afdelingen (1 Kr. 24:10,18).
- Elke afdeling deed één week dienst (2 Kr. 23:8).
- Tijdens de grote feesten hadden alle afdelingen dienst.
- In de 3e week valt Pesach (Ex. 12:1-2; Lev. 23:5-6).
- Rond de 10e week valt het Wekenfeest (Lev. 23:15).
- In de 9e en 10e week diende afdeling Abia.
- Daardoor had Zacharias dienst halverwege de 3e maand.
- In de 11e–13e week raakte Elisabet zwanger na Zacharias’ dienst (Luc. 1:23-24).
- 38–42 weken later werd Johannes geboren (Luc. 1:57-63).
- Johannes kon rond Pesach geboren zijn.
- Maria raakte zes maanden later zwanger (Luc. 1:26,36).
- Jezus werd ongeveer zes maanden na Johannes geboren.
- Zo kan Jezus midden in de 7e maand geboren zijn.
- Op de 15e dag van de 7e maand begint het zevendaagse Loofhuttenfeest (Lev. 23:34).
Door het feest en de volkstelling was er geen plaats in het verblijf voor Jozef en Maria (Luc. 2:7). Jeruzalem stroomde vol met pelgrims, wat men ook in Bethlehem merkte. De zevende maand valt rond september–oktober. In die maanden hielden herders ’s nachts hun wacht in het open veld (Luc. 2:8). In de negende maand (december) zou slecht weer dit voorkomen, zoals Hooglied 2:11 en Ezra 10:9,13 suggereren.
Besnijdenis
In Johannes 7 lezen we dat religieuze en politieke leiders Jezus (nog steeds) probeerden te doden. De aanleiding was de genezing op de sabbat (Joh. 5:16), ongeveer een jaar eerder. Tijdens het Loofhuttenfeest keert Jezus in Johannes 7:21-24 terug op die genezing. Hij verwijst naar het gebod over de besnijdenis: “En op de achtste dag moet het vlees van zijn voorhuid besneden worden” (Lev. 12:3). Zelfs als de achtste dag op sabbat of op een hoogtijddag valt, moet een jongetje besneden worden. Jezus stelt hiermee: u snijdt op de sabbat, maar u bent boos als Ik genees; wij handelen beide in gehoorzaamheid aan God.
Het gebod over de besnijdenis op de achtste dag heeft betekenis. Het getal acht symboliseert behoud en een nieuw begin. Moderne wetenschap toonde dat bloedingen na besnijdenis vaak sneller stoppen op de achtste dag dan op andere dagen. Daardoor is de achtste dag praktisch geschikt voor dit gebod.
Is het toeval dat Jezus tijdens het Loofhuttenfeest het besnijdenisargument gebruikte? Of verwijst Hij indirect naar Zijn eigen besnijdenis, mogelijk op de achtste “Grote Dag” van het feest?
Toekomstige tijd
Het Loofhuttenfeest heeft ook een profetische dimensie. Openbaring 19–20 beschrijft bij Jezus’ wederkomst een verschrikkelijke oorlog, een gebeurtenis die ook in Zacharia voorkomt. Deze tijd leidt tot massale bekeringen en gedragsverandering, zowel bij joden als bij niet-joden (Zach. 12:10). Zacharia zegt dat overgeblevenen van de heidenvolken jaar op jaar naar Jeruzalem zullen gaan om zich neer te buigen voor de Koning en om het Loofhuttenfeest te vieren (Zach. 14:16).
Daarna breekt een millennium aan waarin satan gebonden is. De zeven feestdagen kunnen voorafschaduwingen zijn van dat Koninkrijk. In Zacharia 14:16–21 lezen we dat zonde nog aanwezig zal zijn in die vredesperiode, ondanks satans gebondenheid. Ook in Openbaring 7:9-10 lezen we het beeld van een grote menigte uit alle volken. In die tijd zal een tempel gebouwd worden die Ezechiël in een visioen zag.
De Grote Dag
Het Loofhuttenfeest kent een achtste dag. Johannes noemt die dag “de laatste, de grote dag van het feest” (Joh. 7:37). Men houdt dan een heilige samenkomst en onthoudt zich van werk (Lev. 23:36); het is een feest- of hoogsabbat.
In Openbaring 20:7 lezen we dat satan na duizend jaar een korte tijd wordt losgelaten. In de laatste oorlog vernietigt God het kwaad definitief. De oude hemel en aarde vergaan bij vuur (2 Pe. 3:10-13). Daarna vernieuwt God Zijn schepping: een nieuwe hemel, een nieuwe aarde en een nieuw Jeruzalem (Op. 21:2). In dat Nieuwe Jeruzalem woont God bij de mensen: “Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen…” (Op. 21:3,22). Er is geen zon of maan meer; ook geen dag of nacht (Op. 21:23-25). Dat is de laatste, de GROTE DAG: de vervulling van Gods gezette tijd en sabbat (Lev. 23:3).
Sabbatsrust
Hebreeën 3:5-19 waarschuwt met het voorbeeld van de eerste generatie uit de Exodus. Die volwassenen zagen Gods wonderen, maar verhardden hun hart. Ze bleven ongehoorzaam en kwamen daardoor niet in het Beloofde Land. Behalve Jozua en Kaleb betrad niemand van die generatie het land. Hebreeën 4 herinnert ons aan de belofte van Gods rust. Die belofte geldt nog steeds; er is dus nog een sabbatsrust voor het volk van God. We moeten ons inspannen om die rust binnen te gaan en niet hun voorbeeld van ongehoorzaamheid volgen.
Loofhuttenfeest voor christenen
Een loofhut is een tijdelijk onderkomen. Dit symbolisch laat zien dat wij, net als in Mozes’ tijd, op doortocht zijn. Wij zijn pelgrims, geleid uit de zonde en onderweg naar Gods koninkrijk. Tot die tijd mogen we tijdens dit feest zeven dagen vrolijk zijn (Lev. 23:40).
Loofhut
Door het loofdak ziet u de maan en de sterren; zij herinneren aan onze Schepper. U mag op Hem vertrouwen en van Zijn schepping genieten. Richt uw blik door het loofdak op God totdat u op uw bestemming bent gearriveerd.
De Grote Oogst
Het Loofhuttenfeest hangt samen met de herfstoogst (Lev. 23:39-40). Na de lenteoogst zaait men en in de herfst wordt de grote oogst binnengehaald. Jezus’ laatste opdracht in Mattheüs 28:19-20 roept ons op om te zaaien, zodat er een grote oogst komt. “Ga dan heen, onderwijs al de volken… en zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.”
Gods reddingsplan
Ontdek Gods gefaseerd reddingsplan: moadiem als profetische gezette tijden—van Pesach tot Loofhutten—elk feest onthult een fase van verlossing, heiliging en uiteindelijke vervulling.