‘Ontdek de Jeruzalem-kroniek: Babylonische kleitabletten bevestigen Nebukadnezars belegering (597 v.Chr.), Jojachins gevangenschap en rantsoenen — archeologisch bewijs dat Bijbelse gebeurtenissen historisch zijn. Lees het hele verhaal.’ (3 minuten leestijd, 0:49 minuut video)
Niet-Bijbelse bron: 6e eeuw v.Chr
Weet je niet zeker wat je moet geloven over de Bijbel? Is het feit of fictie? Het bewijs of de Bijbel een betrouwbaar historisch verslag is, moeten we zoeken in niet-Bijbelse bronnen zoals de archeologische vondst van het Jeruzalem Kroniek, waarmee we een ‘Tijdsreis‘ maken naar de 6e eeuw v.Chr.
Kronieken en overeenkomsten met de Bijbel
De kronieken over de vroege jaren van Nebukadnezar II bevestigen passages in 2 Koningen 24 en 2 Kronieken 36. Zij tonen met name de verwijzing naar de inname van Jeruzalem in 597 v.Chr., wat de naam “Jeruzalem Kroniek” verklaart.
Kleitablet ABC 5: inhoud en data
Op kleitablet ABC 5 staan de kronieken over de vroege jaren van Nebukadnezar II. De tekst begint met de val van het Assyrische Rijk en vermeldt hoe de Egyptische koning Necho II de westelijke provincies van Assyrië (in de kroniek ‘Hatti’ genoemd) probeerde te veroveren. Nabopolassar en Nebukadnezar eisten die gebieden vervolgens voor zichzelf op.
De kroniek noteert: “In het zevende jaar, de maand Kislîmu, verzamelde de koning van Akkad (Nebukadnezar) zijn troepen en marcheerde naar het Hatti‑land. Hij belegerde de stad van Judah en op de tweede dag van de maand Addaru veroverde hij de stad en nam de koning gevangen. Hij wees daar een koning aan naar zijn eigen keuze, ontving zijn grote eerbetoon en verstuurde het naar Babylon. In het achtste jaar, de maand Tebetu marcheerde de koning van Akkad naar het Hatti‑land zover als Karchemiš […] in de maand Šabatu keerde de koning terug naar zijn eigen land.”
De datum Addaru in het zevende jaar van Nebukadnezar correspondeert met februari/maart 597 v.Chr. Tijdens die veldtocht viel Jeruzalem, en koning Jojachin werd gedeporteerd.
Aanstelling van een vazalkoning
Nadat Jojachin krijgsgevangen was gemaakt, stelde Nebukadnezar een koning naar zijn eigen keuze aan. Deze handeling staat ook in 2 Koningen 24:17 en 2 Kronieken 36:10. De Bijbel meldt dat Nebukadnezar Mattanja, Jojachins oom, tot koning maakte en zijn naam veranderde in Zedekia. Later kwam Zedekia in opstand.
Het beleg en de val van Jeruzalem
De Bijbel beschrijft dat Nebukadnezar in het negende regeringsjaar het beleg van Jeruzalem begon en dat het beleg voortduurde tot het elfde jaar van Zedekia (2 Kon. 25:1‑2). Zedekia vluchtte uiteindelijk; zijn zonen werden gedood en hij werd gevangengenomen. Jeruzalem werd ingenomen en een groot deel van de bevolking naar Babel weggevoerd. Toch eindigde het Huis van David niet volledig: het voortbestaan zette zich voort via de gevangen gezette koning Jojachin.
Jojachin en het kleitablet uit Babylon
De Bijbel vertelt dat in het zevenendertigste jaar van Jojachins ballingschap koning Evil‑Merodach hem genade schonk, hem uit de gevangenis haalde en zijn levensonderhoud regelde (2 Kon. 25:27‑30). Archeologisch bewijs ondersteunt dit: bij opgravingen in Babylon is het ‘Jojachin‑kleitablet’ gevonden. Dat kleitablet vermeldt dat Jojachin en zijn zonen rantsoenen ontvingen, precies zoals de Bijbel zegt.
Reis verder terug in de tijd…
Ontdek het Jojachin‑kleitablet: Babylonische administratie bevestigt koning Jojachin en Bijbelse gebeurtenissen uit 2 Koningen — archeologisch bewijs dat de davidische lijn en profetieën historische basis hebben. Lees verder.