De evangeliën spreken vanaf een joodse grondslag. Zonder die context blijft veel onbegrijpelijk — ga je de uitdaging aan om het Oude en Nieuwe samen te lezen? (3 minuten leestijd)
Jezus autoriteit
In de evangeliën noemen mensen Jezus vaak ‘rabbi’ of synoniemen zoals leraar en meester. In het jodendom gebruiken men ‘rabbi’ als titel voor personen die erkend werden als leraren van de Torah. De Torah is de naam voor de eerste vijf boeken van de Tenach (de Hebreeuwse Bijbel), en beschrijft de geschiedenis en wetten van de Israëlieten. Met name rabbi’s die de Torah onderwezen met verdiepende uitleg en interpretatie werden als gezaghebbend erkend.
Jezus werd door zijn tijdgenoten erkend als een uitzonderlijke rabbi: “Jezus zweeg. Ieder die Hem (Jezus) had gehoord, stond perplex. Want Hij sprak zo heel anders dan de bijbelgeleerden. Hij wist waar Hij het over had en hoefde niet aan te halen wat anderen hadden gezegd.” (Mat. 7:28-29 – HB)
Autoriteit Tenach
Jezus citeerde vaak de Tenach met woorden als ‘het staat geschreven’ of ‘heeft u niet gelezen‘, en daarmee toonde Hij welke autoriteit Hij aan de geschriften gaf. Dit is niet verrassend; Hij is het Woord, de Torah.
Paulus citeert de Torah 84 keer in Romeinen; 83 keer in Hebreeën; 26 keer in 1 Korintiërs; 18 keer in 2 Korintiërs; 14 keer in Galaten; 12 keer in Efeziërs; 6 keer in Filippenzen; 3 keer in Colossenzen; 1 keer in 1 Thessalonicenzen; 7 keer in 2 Thessalonicenzen; 4 keer in 1 Timotheüs en 9 keer in 2 Timotheüs.
Kruisverwijzingen
Chris Harrison maakte een grafische weergave van 63.779 kruisverwijzingen in de Bijbel. Elke kruisverwijzing verschijnt als een enkele boog. De kleur correspondeert met de afstand tussen de twee hoofdstukken.
De staafgrafiek langs de onderkant vertegenwoordigt alle hoofdstukken in de Bijbel, beginnend met Genesis 1 links en eindigend met Openbaring 22 rechts. Boeken wisselen van kleur tussen licht- en donkergrijs.
Zonder het Eerste, geen Tweede
De christelijke Bijbel bestaat uit twee delen: de Hebreeuwse Bijbel (het zogenaamde ‘Oude Testament’) en het ‘Nieuwe Testament’. In het algemeen beschouwd men dat het oude heeft afgedaan met de komst van het nieuwe. Helaas geldt dat voor veel christenen ook ten opzichte van het eerste deel van de Bijbel. Als men in het Nieuwe alle kruisverwijzingen naar het Oude zou verwijderen, blijft er weinig over om te lezen.
Zonder het Eerste zou Paulus niets te schrijven hebben gehad; er zou geen aanvulling bestaan. Het Tweede deel biedt een waardevolle verdieping en verbreding van het Eerste.
Geen context zonder het Eerste
Ooit wisselde ik halverwege een studie van vak. Daarom moest ik het voorgaande studiemateriaal doorgronden om begrippen eigen te maken en zo het nieuwe studiemateriaal in context te kunnen lezen.
De evangeliën (minstens drie) zijn schreven over de onderwijzingen van een Jood, door Joden en voor Joden die hun hele leven in de Tenach waren onderwezen.
Joden kenden de begrippen en begrepen de context van die onderwijzingen. Christenen hebben echter het eerste studiesemester gemist; bovendien is het merendeel niet gemotiveerd om dat in te halen en velen hebben slechts lauwe interesse in het tweede. Is dat respectvol naar degene die de onderwijzingen geeft?
JHWH
JHWH: onderzoek hoe de vierletterige Naam zich verbindt met de Engel van de HEERE en met Jezus als het Levende Woord.