Je bekijkt nu Mount St. Helens

Mount St. Helens

‘Mount St. Helens onthult snelle sedimentvorming, modderstromen en fossilisatie—uitdaging voor langzaamheidsdenken en radiodatums. Lees hoe catastrofes geologie herinterpreteren en wat dat voor de ouderdom van de aarde betekent.’ (3 minuten leestijd, 4:47 en 18:54 minuten video)

Sedimentatieproces

Het uniformitarianisme stelt dat huidige processen ook in het verleden werkten. Daarom gaat de wetenschap ervan uit dat sedimentlagen over miljoenen jaren langzaam zijn opgebouwd. De waarnemingen tijdens en na de uitbarsting van Mount St. Helens gaven echter nieuwe inzichten in dit proces.

Catastrofale gebeurtenis

Op 18 mei 1980 barstte Mount St. Helens verwoestend uit. Binnen enkele uren ontstond een depositie van acht meter dik, opgebouwd uit duizenden dunne sedimentlagen. Bij een latere gebeurtenis sneed een snelle modderstroom een kloof tot ongeveer 40 meter diep; men noemde die kloof de “kleine Grand Canyon”.

Sedimentaire afzetting

Die acht meter dikke afzetting vormde zich in ongeveer drie uur. Ze bestond uit laminae: veel dunne, opeenvolgende laagjes. Oorspronkelijk veronderstelde men dat laminae zich over honderden jaren moesten ophopen. Mount St. Helens toonde echter aan dat laminae zeer snel kunnen ontstaan uit een snel stromend mengsel van water, fijn materiaal en gas. Bovendien lieten laboratoriumexperimenten zien dat stromend water laminae ook snel kan vormen.

Kleine Grand Canyon

Mount St. Helens liet verder zien dat kloven binnen een dag kunnen ontstaan door destructieve modderstromen. In Loowit Canyon sneed snel stromend materiaal in luttele maanden hard vulkanisch gesteente weg. De kloof is tot 45 meter breed, heeft wanden tot 40 meter hoog en bevat een klein stroompje. In 1982 smolt sneeuw tijdens een uitbarsting, waardoor een modderstroom ontstond; die stroom zette zich vast achter een puinwal. Toen die wal doorbrak, sleet het water de kloof in één dag uit.

Versteende boomstammen

Wereldwijd liggen gefossiliseerde boomstammen door meerdere geologische lagen die men miljoenen jaren oud noemt. Vaak ontbreken bij die stammen schors en wortels. Bij Mount St. Helens drijven nog steeds ontwortelde boomstammen zonder schors als gevolg van de uitbarsting van 1980. Het water vertraagt rot en opgeloste mineralen bevorderen vervanging van organisch materiaal. Onder het wateroppervlak zakken stammen horizontaal in het bodemsediment; daardoor kan mineralisatie plaatsvinden. Dit roept de vraag op of vergelijkbare processen versteende stammen in parken zoals Yellowstone kunnen opleveren.

Kalium‑argondatering

Kalium‑argon (K–Ar) wordt veel gebruikt voor het dateren van gesteente, omdat kalium veel voorkomt in de aardkorst. Kalium vervalt naar argon met een halfwaardetijd van circa 1,28 miljard jaar. Geoloog Steve Austin nam lavamonsters uit de krater van Mount St. Helens na de erupties van 1980. K–Ar‑metingen gaven een leeftijd van 350.000 jaar. Tegenstanders merkten op dat K–Ar betrouwbaarder zou zijn voor gesteenten ouder dan ~10.000 jaar, omdat er voldoende argon moet zijn opgebouwd. Austin betoogde dat sommige interpretaties van radiometrische resultaten circulair zijn wanneer men vooraf aanneemt dat gesteente miljoenen jaren oud is.

Kritische overwegingen

Radiometrische dateringen berusten op aannames over beginsamenstelling, geslotenheid van systemen en constante vervalraten. Als die aannames niet volledig gelden, kunnen berekende leeftijden afwijken. Daarom interpreteren sommige onderzoekers afwijkende resultaten als aanwijzing voor aanvullende processen of voor heroverweging van methodologische uitgangspunten.

Zou het kunnen zijn…

In Romeinen 1:20 wordt poiema aangeduid als product van creatieve actie of schepping; zo zouden mensen iets van Gods hand kunnen herkennen. Gezien de waarnemingen bij Mount St. Helens vragen sommige auteurs zich af of alternatieve verklaringen waaronder het idee van een doelgerichte poiema beter bij bepaalde waarnemingen passen.

Fossilisatie

Fossilisatie kan snel plaatsvinden: voorbeelden, laboratoriumkunstmatige fossielen en uitzonderlijke vondsten tonen behoud in weken tot decennia; dit roept vragen over langdurige dateringen en mogelijk catastrofale processen. Lees verder.