Je bekijkt nu Ouderdom Aarde

Ouderdom Aarde

‘Twijfel aan miljarden jaren: radiometrische methoden lijken tegenstrijdigheden te bevatten (helium, Mount St. Helens, RATE). Durf jij de aannames over aardouderdom en alternatieven te onderzoeken?’ (4 minuten leestijd, 16:17 minuten video)

Ouderdom Aarde

James Ussher berekende rond 1650, op basis van Genesis, dat de schepping plaatsvond in 4004 v.Chr. Sindsdien hebben wetenschappers vastgesteld dat miljarden jaren nodig zijn om leven uit niet‑levende materie te laten ontstaan en miljoenen jaren voor eenvoudige cellen om tot complexe organismen te evolueren. De wetenschappelijke consensus schat de ouderdom van de aarde op ongeveer 4,5–4,6 miljard jaar.

Radiometrische datering

In 1896 werd radioactiviteit ontdekt. Radioactieve isotopen vervallen met een constante snelheid. Uranium‑looddatering geldt als een van de betrouwbaarste methoden en wordt vaak toegepast op zirkoon. Uranium vervalt naar lood; het proces produceert tevens helium als bijproduct. Door de resterende uranium- en radiogene loodhoeveelheid te meten, berekenen geochemici de ouderdom van gesteente. Geologen bepaalden de ouderdom van de aarde onder meer via uranium‑loodmetingen in precambriumgraniet.

RATE‑project en helium in zirkoon

Het RATE‑onderzoek noteerde dat men in precambriumgraniet aanzienlijke hoeveelheden helium aantrof, terwijl helium gemakkelijk uit gesteente ontsnapt. Logischerwijs zou de atmosfeer, bij constante accumulatie over miljarden jaren, veel meer helium moeten bevatten dan nu het geval is. William D. Stansfield merkte op dat de huidige atmosferische hoeveelheid helium veel lager is dan men uit langdurige accumulatie zou verwachten. Het RATE‑team voerde laboratoriumonderzoek uit naar heliumbehoud en lekkages uit zirkoonkristallen onder verschillende condities. Op basis van de nog aanwezige heliumconcentraties concludeerden zij dat het onderzochte graniet mogelijk tussen ongeveer 4.000 en 14.000 jaar oud is.

Kalium‑argondatering en Mount St. Helens

Kalium‑argondatering wordt veel gebruikt voor het dateren van gesteente, omdat kalium een veelvoorkomend element in de aardkorst is. Kalium vervalt naar argon met een halfwaardetijd van circa 1,28 miljard jaar. Geoloog Steve Austin nam lavamonsters uit de krater van Mount St. Helens na erupties in 1980; de kalium‑argonmetingen gaven een leeftijd van 350.000 jaar. Critici wezen erop dat K–Ar betrouwbaarder is voor gesteenten ouder dan ~10.000 jaar omdat er voldoende argon moet zijn gevormd. Austin stelde dat sommige interpretaties van radiometrische resultaten circulair kunnen zijn wanneer men vooraf aanneemt dat gesteenten miljoenen jaren oud zijn.

Methodologische overwegingen

Bij radiometrische datering hanteren onderzoekers soms uitgangspunten over beginsamenstelling, geslotenheid van het systeem en vervalsnelheden. Als die aannames niet of slechts deels gelden, kunnen de berekende leeftijden afwijken. Wetenschappelijke gegevens die niet in overeenstemming zijn met deze hypothese, worden genegeerd.

Bij Radiometrische datering wordt bij voorbaat al uitgegaan dat het gesteente miljoenen jaren oud is. De aanname doet men op basis van de Geologische Tijdschaal. De datering van sedimentaire gesteenten en de daarin aanwezige fossielen zijn echter gebaseerd op aannames, schattingen en cirkelredenatie.

Overwegingen vanuit poiema

In Romeinen 1:20 wordt met het Griekse woord poiema gewezen naar het product van een creatieve actie of schepping. Gezien de verschillen tussen bepaalde radiometrische meetresultaten en de gangbare geologische interpretaties, vragen sommige wetenschappers zich af of alternatieve verklaringen — inclusief het idee van een doelgerichte poiema — beter aansluiten bij die gegevens.

Ouderdom fossielen

Sedimentlagen, fossielen en radiometrie—wetenschappelijke dateringsmethoden lijken op elkaar te steunen; critici spreken van cirkelredenering. Durf jij de aannames, alternatieven en implicaties van ouderdom te onderzoeken?