Je bekijkt nu Tekstuele betrouwbaarheid

Tekstuele betrouwbaarheid

Tekstuele betrouwbaarheid en vertalingen: Hoe kopieën, varianten en vertaalkeuzes samen de betrouwbaarheid van oude geschriften bepalen. (7 minuten leestijd, 30:37, 22:30 en 2:48 minuten video)

Tekstuele betrouwbaarheid

Een autograaf is het door de auteur geschreven origineel. Van auteurs uit de antieke oudheid (Homerus, Plato, Julius Caesar) zijn geen autograven bewaard gebleven; wel bestaan er kopieën. Omdat oude materialen vergankelijk waren, overleefden slechts latere kopieën van het origineel.

Kopieën en fouten

Tot de 15e eeuw werden geschriften met de hand overgeschreven. Daardoor maakten kopiisten onvermijdelijk fouten. Vanaf de 15e eeuw konden boeken mechanisch worden gedrukt met loden letters; dit verminderde kopieerfouten. Tekstuele varianten ontstaan ook doordat schrijvers lokale woordvormen gebruiken of woorden toevoegen ter verduidelijking. Zo rijst de vraag: hoe achterhaal je wat de auteur oorspronkelijk schreef?

Principes van tekstuele betrouwbaarheid

Hoe meer en oudere kopieën beschikbaar zijn, des te groter de betrouwbaarheid van een tekst. Door beschikbare versies systematisch te vergelijken, herkennen onderzoekers tekstvarianten. Vervolgens kunnen zij reconstrueren welke lezingen zeer waarschijnlijk origineel zijn. Signaalwoorden en vergelijkingen helpen hierbij: enerzijds wijzen overeenkomsten op stabiliteit; anderzijds onthullen afwijkingen fouten of aanpassingen.

Voorbeeld (Homerus)

Verschillende kopieën tonen varianten van eenzelfde citaat:

  • “Heerschappij van velen is niet iets goeds, een heerser moet er zijn en een koning.”
  • “Heerser van velen is niet iets goeds, één heerser moet er zijn en één koning.”
  • “Heerschappij van velen is slecht, één heerser moet er zijn en één koning.”
  • “Heerschappij van velen is niet iets goeds, één koning moet er zijn en één heerser.”
  • “Heerschappij van velen is niet iets goeds, één heerser moet zijn en één koning.”

Door die varianten te vergelijken, leidt interne consistentie naar: “Heerschappij van velen is niet iets goeds, één heerser moet er zijn en één koning.” Dat levert een plausibele reconstructie van de originele tekst.

Vertalingen en betrouwbaarheid

Vertalingen berusten uitsluitend op de originele tekst, niet op een vertaling van een vertaling. Bij elke vertaling moet een vertaler woordkeuzes maken omdat één origineelwoord vaak meerdere betekenissen heeft. Dat maakt een tekst niet per se onbetrouwbaar. Immers, je kunt woorden veranderen zonder de oorspronkelijke boodschap te verliezen. Daarom zijn tekstvarianten tussen vertalingen herkenbaar en controleerbaar, wat de betrouwbaarheid ondersteunt.

Tekstuele betrouwbaarheid: Tenach

De Tenach bevat 39 boeken (Wet, Profeten, Geschriften) voornamelijk in het Hebreeuws. De Masoretische Tekst dient vaak als Hebreeuwse grondtekst voor vertalingen; deze tekst werd tussen 600–1000 n.Chr. overgeschreven en verspreid. De vondst van de Dode Zeerollen (circa 110 v.Chr.) in 1974 liet zien dat men de woorden door eeuwen heen zeer zorgvuldig kopieerde. De Ketef Hinnom-rolletjes (ca. 600 v.Chr., gevonden 1979) bevestigen dit voor verzen uit Numeri. Andere oude getuigen zijn de Septuagint, Samaritaanse Pentateuch, Peshitta, Targoems en de Vulgaat. Samen versterken zij de tekstuele betrouwbaarheid van de Tenach.

Tekstuele betrouwbaarheid: Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament bestaat uit 27 boeken, geschreven in het Grieks. Van geen klassiek werk zijn zoveel kopieën bewaard gebleven: ongeveer 6.000 Griekse en 18.000 Latijnse, Syrische en Koptische (gedeeltelijke en volledige) manuscripten. Veel kopieën dateren uit de 1e–3e eeuw. Ter vergelijking: Homerus’ Ilias heeft circa 1.900 kopieën; het oudste exemplaar ontstond pas vier eeuwen na het origineel.

Bovendien leveren citaten door vroege kerkvaders extra bewijs; op basis van die citaten zou men het Nieuwe Testament grotendeels kunnen reconstrueren. Onderzoek toont dat slechts circa 0,5% van de varianten inhoudelijke gevolgen heeft. Gewoonlijk vermelden bijbelteksten belangrijke varianten (bijv. Johannes 8:1-11; Markus 16:9-20; 1 Johannes 5:7). Geen van de tekstuele varianten zijn in tegenspraak met de algemene boodschap van het Nieuwe Testament

Tekstuele betrouwbaarheid: Koran

Het Arabische woord “koran” betekent ‘oplezing’ of ‘recitatie’. De Koran telt 6.236 verzen verdeeld over 114 soera’s. In de islamitische traditie zou de originele tekst op een hemelse ‘behouden tablet’ bewaard zijn; Gabriel reciteerde die woorden aan Mohammed (610–632 n.Chr.). Omdat Mohammed veelal analfabeet was, memoriseerde hij de openbaringen en leerde hij het zijn metgezellen. De vroegste schriftelijke bronnen over het vastleggen dateren uit Hadith (Bukhari), circa 200 jaar na Mohammed (Hadith 509–510). De noodzaak voor het op schrift stellen ontstond doordat vele die de recitatie uit hun hoofd kende waren gesneuveld in een veldslag.  Schrijver Zaid bin Thabit kreeg zodoende opdracht (632) om de fragmentarische geschriften te verzamelen en aangevuld met gememoriseerd recitatie vast te leggen in één boek.

Het door Zaid bin Thabit samengestelde boek wordt gezien als de definitieve Koran  Toch stelden enkele metgezellen (Ubayy ibn Ka’b, Abd Allah ibn Mas’ud, Abu Musa al-Ash’ari) alternatieve samenstellingen op met afwijkende verzen en hoofdstukken. Hadith 1050 en 1944 melden dat sommige soera’s of verzen verloren raakten. Twintig jaar na Mohammed gaf kalief Uthman opdracht Zaid’s lezing te kopiëren. Vervolgens stuurde hij kopieën naar provincies en beval dat andere Koranische materialen (fragmenten of volledige exemplaren) verbrand moesten worden. Geen van Uthman’s kopieën is bewaard gebleven; die verbrandingen bemoeilijken controle van de tekstuele betrouwbaarheid van de huidige Koran.

Vergelijking geschriften

Het Oude en Nieuwe Testament stemmen overwegend met elkaar overeen en vullen elkaar aan. De Koran verwijst soms naar personen en gebeurtenissen uit die geschriften; daardoor is vergelijking mogelijk. De verwijzingen in de Koran zijn echter vaak fragmentarisch en bevatten varianten, toevoegingen en fouten. Daarnaast vertonen sommige Koranpassages theologische verschillen ten opzichte van de Bijbel. Fragmentarische of foutieve weergave plus latere aanvullingen wijzen vaak op gebrek aan directe toegang tot een bron. Voor niet-moslims verklaart Mohammeds vermeende analfabetisme vele varianten; voor moslims is de Koran het enige religieuze boek, dat in originele vorm bewaard is gebleven. Zodoende is voor de moslim de enige logische verklaring dat zowel het jodendom als christendom hun heilige boeken hebben aangepast. Het dillema is dat zij daarmee in tegenspraak zijn met Allah’s woord in de Koran.

Autoriteit van de Bijbel volgens de Koran

De Koran bevestigt Thora en Evangelie en ontkent corruptie. Dan ontstaan theologische dilemma: als de Bijbel waar is, is de Koran onjuist. Als de Bijbel onwaar is, is de Koran ook onjuist (omdat hij hem bevestigt).