Je bekijkt nu Exodus Farao

Exodus Farao

‘Ontdek bewijs waarmee de Bijbel historisch wordt: Amenhotep II’s graf, zweren op zijn mummie, en datering rond 1448 v.Chr. bevestigen mogelijk de Exodus — lees de details en oordeel zelf.’ (3 minuten leestijd, 26:13 minuten video)

Niet-Bijbelse bron: 15e eeuw v.Chr

Weet u niet zeker wat u moet geloven over de Bijbel? Is het feit of fictie? Het bewijs voor de betrouwbaarheid van de Bijbel zoeken we in niet‑Bijbelse bronnen, zoals de archeologische vondst van het graf van farao Amenhoteb II. Met die vondst maken we een tijdsreis naar de 15e eeuw v.Chr. De graftombe bevestigt gebeurtenissen uit de Exodus. 

Bijbelse datering van de Exodus

Op de Zwarte Obelisk staat koning Jehu van Israël afgebeeld in eerbetoon aan de Assyrische koning Salmanasser III. Jehu’s eerbetoon werd gedateerd op circa 841 v.Chr.; het vond naar alle waarschijnlijkheid aan het begin van zijn koningschap plaats (2 Kon. 10:31‑32). Jehu had zijn koningschap aanvaard nadat hij de koning van Israël en koning Jehoram van Juda had laten doden; dit gebeurde vermoedelijk in 842 v.Chr.

In het Bijbelboek Koningen worden de regeerjaren van de koningen van Juda (Jehoram, Josafat, Asa, Abiam, Rechabeam en Salomo) opgesomd. Samen vormen die jaren 133 jaar, hoewel overlapping waarschijnlijk was, waardoor de daadwerkelijke periode korter kan zijn. Daarom volgt dat Salomo rond 972 v.Chr. zijn vader David opvolgde.

1 Koningen 6:1 vermeldt dat in het vierde jaar van Salomo (ca. 968 v.Chr.) de uittocht 480 jaar eerder had plaatsgevonden. Dat plaatst de uittocht rond 1448 v.Chr. 

Profiel van de Exodus‑farao

Mozes groeide aan het hof van de farao (Ex. 2:10). Nadat Mozes een Egyptenaar had gedood, wilde de farao hem doden; daarom vluchtte Mozes naar Midian (Ex. 2:15). Na veertig jaar (Hand. 7:29‑30) overleed de farao (Ex. 2:23). Vervolgens gaf God Mozes opdracht om terug te keren naar de nieuwe farao (Ex. 4:22‑23). Tijdens de tien plagen werden alle Egyptenaren, inclusief de farao en zijn familie, getroffen. Zo kregen de Egyptenaren “zweren, die als puisten openbraken” (Ex. 9:10) en verloor de farao zijn eerstgeborene, de kroonprins (Ex. 12:29).

Historische bronnen en Manetho

De Grieks‑Egyptische geschiedschrijver Manetho schreef in de 3e eeuw v.Chr. over de geschiedenis van Egypte. Hij raadpleegde hiervoor oudere Egyptische kronieken. Zowel Manetho’s werk als zijn oorspronkelijke bronnen raakten later verloren. De Romeins‑Joodse historicus Josephus citeerde Manetho in de 1e eeuw n.Chr., waardoor sommige fragmenten bewaard bleven.

Manetho beschrijft een volk dat onder leiding van een man genaamd Mozes Egypte verliet. Hij vermeldt dat dit plaatsvond tijdens het koningschap van een ‘Amenophis’. ‘Amenophis’ is de Griekse vorm van Amonhotep, een naam gedragen door drie farao’s uit de 18e dynastie. 

Amonhotep II als kandidaat

Is er een Amonhotep die past bij het Bijbelse profiel: regeerde rond 1448 v.Chr., had een voorganger die minimaal 40 jaar regeerde, en wiens opvolger niet de eerstgeborene was?

Amonhotep II blijkt de enige kandidaat die aan deze voorwaarden voldoet. Zijn vader, Thoetmosis III, regeerde ongeveer 54 jaar. Kroonprins Webensenu stierf rond de leeftijd van tien jaar. Verder is het gemummificeerde lichaam van Amonhotep II opmerkelijk: het vertoont huidletsels die op zweren lijken. Sommige onderzoekers wijzen op die aanwijzingen als een mogelijke koppeling met de Bijbelse beschrijving van plagen. 

Egyptische chronologie en onzekerheden

De Egyptische chronologie probeert gebeurtenissen, regeerjaren en dynastieën te dateren. In de praktijk bestaan er echter aanzienlijke onzekerheden. Afhankelijk van de gebruikte chronologie begint Amonhotep II’s regeerperiode ergens tussen 1468 en 1425 v.Chr. Daardoor valt zijn regeerperiode binnen de 15e eeuw v.Chr., wat hem tot een plausibele kandidaat maakt voor de Exodus‑farao, mits men die datering accepteert.

Over de mummie van Amonhotep II

Sommigen stellen: “Amonhotep II is gemummificeerd; dan kon hij toch niet de farao zijn die verdronk?” De tekst van Exodus redeneert anders. Exodus 14:23,28 vermeldt dat het leger van de farao door de zee werd bedolven; niet noodzakelijk de farao zelf. In vers 30 wordt vermeld dat de Egyptenaren dood aan de over lagen. Als de farao zijn leger had geleid en de soldaten waren omgekomen, dan zou men het lichaam van de farao teruggehaald kunnen hebben. Men kon het vervolgens mummificeren. Daarom sluit het feit dat Amonhotep II gemummificeerd is, zijn mogelijke rol als Exodus‑farao niet per se uit.

Reis verder terug in de tijd…

Ontdek Avaris: archeologische vondsten—een vernield beeld, kleurrijk gewaad, twaalf kolommen—mogelijk verbonden met Jozef/Zafnath Paäneah en Exodus; bewijs voor Bijbelse verhalen in Egyptische context. Lees verder.