Je bekijkt nu Alverzoeningsleer

Alverzoeningsleer

Alverzoeningleer beloofd hoop, maar de Bijbel schetst scheiding en oordeel; wil jij de conflicterende passages en hun gevolgen zelf lezen? (5 minuten leestijd)

Alverzoeningsleer

De alverzoeningsleer, ook wel universalisme genoemd, stelt dat uiteindelijk alle mensen met God verzoend zullen worden. Verzoening betekent het herstel van goede verstandhouding en vrede.

Gods Koninkrijk

In Mattheüs 13 spreekt Jezus in gelijkenissen over Gods Koninkrijk. Hij onderwijst over een ultieme scheiding bij “de voleinding van deze wereld”. De onrechtvaardigen (“die de wetteloosheid doen”) zullen worden afgezonderd van de rechtvaardigen.

In een gelijkenis verzamelt men tijdens de oogsttijd eerst het onkruid (kinderen van de boze) en vervolgens verbrandt men het. Daarna wordt het tarwe (kinderen van het Koninkrijk) opgeslagen (Mat. 13:24–30, 36–43). In de gelijkenis van het visnet scheidt men de goede van de slechte vissen; de goede worden bewaard en de slechte worden weggeworpen in een vurige oven (Mat. 13:47–50).

Tijdelijke hel

Hoewel men verschillend denkt over wat ‘hel’ betekent, onderwijst de alverzoeningsleer dat in de hel verzoening zal plaatsvinden tussen de onrechtvaardigen en God. In de vurige oven zal er gejammer en tandengeknars zijn (Mat. 13:42, 50). Men ziet het als een tijdelijke plek waarin door middel van bestraffing rehabilitatie mogelijk is. Daarna zou de gerehabiliteerde mens alsnog toegang krijgen tot het Koninkrijk en eeuwig leven. Ondanks dat dit humanitair lijkt, is dit niet wat Gods Woord onderwijst.

Eeuwig leven

Ook in de gelijkenis van de wijze en dwaze meisjes maakt Jezus een scheiding. Hierbij krijgen de dwaze meisjes geen toegang tot het Koninkrijk (Mat. 25:1–13). Het beeld van buitengeworpen zijn is ook terug te zien in Mattheüs 8:11–12 en Lucas 13:23–28.

Als herder zal Jezus de rechtvaardige schapen van de onrechtvaardige bokken scheiden. Daarna ontvangen de rechtvaardigen eeuwig leven, maar de onrechtvaardigen ontvangen de eeuwige straf en worden afgezonderd en buiten het aangezicht van de Heere geplaatst (Mat. 25:31–46; 2 Tess. 1:6–9).

Een Behouder van alle mensen

De alverzoeningsleer wijst echter op 1 Timotheüs 4:10. Daar staat dat “wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, Die een Behouder (Gr. ‘soter’) is van alle mensen, in het bijzonder van de gelovigen.” De alverzoeningsleer stelt op basis van dit vers dat God alle mensen zal behouden voor eeuwig leven.

Als dat het geval zou zijn, waarom geldt het dan ‘in het bijzonder’ voor gelovigen? Behoud voor eeuwig leven is voor gelovigen immers vanuit het Woord geen hoop, maar een geloofsfeit. Tevens slaat het bijzondere tekstueel op ‘de gelovigen’ en niet op de wijze van behoud. De vraag luidt dan: wat betekent het dat God een Behouder van alle mensen is, maar met een kwalitatief verschil ten opzichte van gelovigen?

God behoudt mensen bijvoorbeeld voor ongelukken, gevaarlijke situaties (Hand. 27:31; Mat. 8:24) en ziekte (Mat. 9:22). Vanuit de Septuagint (de Griekse ‘Oude Testament’) blijkt dat het Griekse woord ‘soter’ ook de betekenis heeft van ‘verlosser van vijanden’ (Rich. 3:8–9; Ps. 18:4).

Vanuit Gods algemene liefde voorziet Hij alle mensen (maar in het bijzonder de gelovigen) in meer of mindere mate in wat zij nodig hebben, zoals primaire levensbehoeften.

Behouder door uitstel

Paulus laat zien dat God ook een behouder van alle mensen is door het oordeel uit te stellen. Door zonde in heden en verleden te verdragen en geduld te oefenen, geeft Hij alle mensen de gelegenheid om tot bekering te komen en aldus behouden te worden (Rom. 2:4; 3:25).

Universele onderwerping

In Filippenzen 2:9–11 schrijft Paulus dat iedereen in de hemel, op de aarde en onder de aarde de knie zal buigen voor de Naam van Jezus. Uit deze tekst blijkt dat iedereen (mensen, onreine geesten, demonen en Satan) zich aan Jezus zal onderwerpen in onderdanigheid.

Iedereen zal het oordeel moeten erkennen en daardoor uit noodzaak de knie buigen. Dit gebeurt niet per definitie vrijwillig en in vreugde, en zodoende is er geen sprake van alverzoening.

Alverzoening

In Kolossenzen 1:19–20 schrijft Paulus, door de Heilige Geest geïnspireerd, dat God de Vader door de Zoon “alle dingen met Zichzelf verzoenen zou… de dingen die op de aarde zijn als de dingen die in de hemelen zijn.” De alverzoeningsleer stelt dat God zich zodoende met alle dingen en daarmee met alle mensen zal verzoenen.

Als men dit vergelijkt met de voorgaande tekst uit Filippenzen, dan blijkt dat iedereen onder de aarde zich zal onderwerpen aan Jezus, maar dat er geen (al)verzoening zal zijn.

Dit komt overeen met andere teksten van Paulus, zoals 2 Tessalonicenzen 1:7–10. Daarin lezen we over Gods vergelding en vlammend vuur wraak tegen wie God niet willen kennen en het evangelie niet erkennen. Op de dag dat de Heere komt, zal Hij verheerlijkt worden in Zijn heiligen en bewonderd door allen die geloven; de onrechtvaardigen zullen dan in totale afzondering van de Heere de straf van ‘het eeuwige verderf’ ondergaan.

Geen alverzoening

Paulus’ woorden stemmen overeen met Jesaja 66:22–24. Daarin is sprake van de toekomstige nieuwe hemel en nieuwe aarde waarbij ‘alle vlees’ zich zal neerbuigen. ‘Alle vlees’ omvat niet de opstandige mensen in het eeuwig vuur, en daarom is ook hier geen sprake van alverzoening.

De mens kan uitsluitend tijdens zijn leven tot inkeer komen, worden gerehabiliteerd en in ‘het boek des levens’ worden geschreven. Na de dood volgt de opstanding en het oordeel.

Jezus zelf benoemt in Marcus 3:28–29 een daad waaronder geen verzoening meer mogelijk is: lastering tegen de Heilige Geest. De lasteraar “heeft geen vergeving in eeuwigheid, maar is schuldig en verdient het eeuwige oordeel”.

Het gevaar van de alverzoeningsleer

De alverzoeningsleer is niet in overeenstemming met en zelfs in tegenspraak met Gods gehele Woord. Met deze leer valt alle motivatie weg om het evangelie te verkondigen. Eveneens geldt dat de urgentie van de oproep om zich per direct te bekeren verdwijnt. Tenslotte zal niemand door deze leer tot geloof komen omdat er volgens deze leer geen noodzaak bestaat; derhalve is het misleidend.

Boek des Levens

Ontdek hoe Mozes’ bemiddeling naar Christus wijst en waarom jouw naam in Gods boek des levens, hoop betekent — durf verder te lezen en vind zekerheid voor het eeuwige leven.