Je bekijkt nu Genocide

Genocide

Gods bevel tot vernietiging van Kanaän roept moreel dilemma: Ontdek taal, antieke overdrijving, archeologie en theologische antwoorden die je kijk op Gods rechtvaardigheid beproeven. (5 minuten leestijd, 17:07, 9:18, 21:06 en 18:43 minuten video)

Moreel dilemma

In Deuteronomium 7 geeft God Zijn volk de opdracht om de Kanaänieten uit te roeien. In het Hebreeuws staan er woorden welke kunnen worden vertaald met ‘volledige vernietiging’ (Deut. 7:2), ‘ophouden te zijn’ (Deut. 7:22) en ‘weggevaagd’ (Deut. 7:23-24). Gods oproep tot volledige vernietiging van de Kanaänitische stadstaten, stelt gelovigen voor een moreel dilemma.

Waarom?

In Genesis 15:12-21 sloot God een verbond met Abraham waarbij het land Kanaän aan zijn nageslacht werd gegeven. Hoewel er toen al sprake was van ongerechtigheid bij de Kanaänieten, was de maat ervan nog niet vol (v.16). Vier eeuwen later (Ex. 12:40-41) was in Gods ogen de maat vol geworden vanwege hun afgoderij (Deut. 7:4-5,25) en hun haat tegen God (Deut. 7:10).

De Kanaänieten vereerden hun natuurgoden bij de aan hun gewijde altaren, stenen, palen en beelden (Deut. 7:5). Hun godsverering ontaarde in orgiën waarbij mannen en vrouwen zich prostitueerden (Deut. 23:17; 1 Kon. 14:24; Amos 2:7-8) en door verwisseling van kleding werd de sekse verheimelijkt (Deut. 22: 5). Het dieptepunt van het moreel verval van de Kanaänieten, waren de mens en kindoffers (Lev. 18:21; Deut. 12:31), waarvan archeologische opgravingen getuigen.

Het is een Bijbels en archeologisch feit, dat de Kanaänieten niet werden uitgeroeid. De vraag is zodoende, was het gebod figuurlijk of letterlijk bedoeld?

Figuurlijke vernietiging?

In de sport zou je kunnen zeggen dat team A, team B ’totaal heeft afgemaakt’. Dit wordt uiteraard niet letterlijk bedoeld maar is overdreven literaire beeldspraak, een hyperbool. Het is een beeldspraak die al sinds de antieke oudheid wordt gebruikt.

De ‘Stèle van Gebel’, is een overwinning monument van farao Thoetmosis III (ca. 1479-1425 v.Chr.) Hierop schept hij op over zijn “massamoord op de bedoeïenenstammen van Azië”, dat hij hen heeft “uitgeroeid”. Het “talrijke leger” van het Mitanni koninkrijk zou hij binnen een uur verpletterend hebben verslagen. Zij “zijn omgekomen als degenen die nooit zijn geweest… op de manier van een verterende vlam”. Het een geschiedkundig feit dat zijn zoon Amenhotep II (ca.1428 v.Chr.-1397 v.Chr.) nog steeds streed tegen de Mitanni en genoodzaakt was om vrede met hen te sluiten. Het ‘uitroeien’ van de Mitanni was overduidelijk een hyperbool!

Op dezelfde wijze spreekt farao Amenhotep III (ca. 1388-1351 v.Chr.) op zijn overwinningsmonument de ‘Stèle van Merenptah’ over het volk Israël; “Israël is verwoest, zonder enig zaad”. Desondanks de totale vernietiging van het volk Israël, schrijft de Moabitische koning Mesha 500 jaar later op zijn overwinning stèle dat het koninkrijk “Israël is te gronde gegaan voor eeuwig…”. 

Zou het kunnen dat God op dezelfde wijze sprak over het beslissend overwinnen en verdrijven van de Kanaänieten en dat de Israëlieten overeenkomstig de culturele tijdsgeest het ook als zodanig herkende en erna handelden? Waarom zou God huwelijksbanden met Kanaänieten verbieden (Deut. 7:3), direct na het gebod om hen ’te vernietigen’? Waarom zou God enerzijds de uitroeiing van alle Kanaänieten gebieden, in de wetenschap dat de Kanaänitische Rachab in de geslachtslijn zou komen van David en Jezus Christus (Joz. 6:25, Mat. 1:5)?

Letterlijke vernietiging?

Nu kan worden gesteld dat de Kanaänieten niet werden uitgeroeid als gevolg van ongehoorzaamheid van de Israëlieten aan Gods gebod. Als God de vernietiging van de Kanaänieten letterlijk heeft bedoeld. is dat dan een moraal dilemma voor een christen?

“Er kan toch geen sprake van zijn dat U zoiets doet, dat U de rechtvaardige samen met de goddeloze doodt? Dan zal het zijn: zo de rechtvaardige, zo de goddeloze. Daar kan bij U toch geen sprake van zijn! Zou de Rechter van de hele aarde geen recht doen?” (Gen. 18:25) .

In de tijd van Abraham was er al sprake van grote ongerechtigheid en seksuele immoraliteit in Sodom en Gomorra (Gen. 18:20; 19:4-5). De verwoesting zou door de Kanaänieten zeker gezien zijn als een Gods/-goden oordeel. God had zich al aan hen geopenbaard door Abrahams zegenrijke veldtocht tegen vier koningen (Gen. 14). God had zich ook direct geopenbaard aan de Kanaänitische koning Abimelech (Gen. 20).

Wellicht heeft God zich in de tussenliggende vier eeuwen, op andere wijze geopenbaard en hen opgeroepen om tot inkeer te komen. De Kanaänieten hadden zich kunnen invoegen bij de Israëlieten zoals anderen hadden gedaan (Ex. 12:38; Joz. 8:33). Hoewel als gevolg van een list, werd de gehele Kanaänitische bevolking van Gibeon gespaard, dankzij een verbond desondanks het gebod (Joz. 9)!

God is geen tiran, Hij dwingt Zijn Wil niet op. Hij heeft de mens de vrijheid gegeven om te kiezen tussen goed en kwaad. Met deze vrijheid komt ook de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van de individuele keuze. Het is een historisch feit dat de Kanaänieten hadden gekozen voor kwaad. Als gevolg vermenigvuldigde het moreel verval zich, zoals een beetje gist het hele deeg doet laten gisten (1 Kor. 5:6).

Als het gebod letterlijk bedoeld was, vormt het niet een moreel dilemma voor de gelovige voor wie het Woord, de Waarheid is. Volgens het Woord is God rechtvaardig en zodoende is Zijn gebod m.b.t. de Kanaänieten gerechtvaardigd. Vanuit menselijk oogpunt kan het onrechtvaardig lijken omdat wij in tegenstelling tot God, niet alle kennis hebben om rechtvaardig te kunnen oordelen!

Goede boodschap!

Ongeacht of we het figuurlijk of letterlijk moeten zien, de boodschap is hetzelfde. Het is dé boodschap van Gods Woord. Zondigen is ongehoorzaamheid zijn aan God (1 Joh 3:4) en staat een relatie met God in de weg (Jes. 59:2). Alle mensen zondigen (Rom 3:23) maar in zijn ergste vorm betreft het afgoderij en haat tegen God.

De dood is het gevolg van de zonde (Gen. 3:22-24; Rom. 5:12) maar geloof biedt redding, zelfs voor een Kanaänitische hoer (Joz. 6:25; Hebr. 11:31; Jak. 2:25). God had een geweldig plan met haar leven en gaf haar een hoopvolle toekomst (Mat. 1:1,5).

Helaas nemen in onze tijd moderne afgoderij en haat tegen God toe. Zoals geloof Rachab redde, biedt geloof in Gods eniggeboren Zoon redding. Jezus Christus was zonder zonde maar stierf voor onze zonde aan het kruis en overwon de dood door de opstanding. Wie in Hem gelooft, gaat door genade niet verloren maar heeft eeuwig leven (Joh. 3:16). Dat is de het evangelie, de goede boodschap.

God de Zoon

Ontdek waarom Jezus niet zomaar ‘een zoon’ maar dé Zoon van God is: getuigenissen, unieke relatie met de Vader en uitspraken die Zijn goddelijkheid blootleggen. Lees verder.