‘Gods Koninkrijk: nabij, toch zeldzaam onderwezen. Van geestelijke aanwezigheid tot toekomstig wereldrijk—belofte, oordeel, herstel. Wil jij weten wat het betekent en hoe je het binnenkomt? Lees verder.’ (5 minuten leestijd)
Gods Koninkrijk
Jezus predikte het “evangelie van het Gods Koninkrijk” (Mar. 1:14; Luk. 4:43; Luk. 8:1). Verder zond Hij zijn discipelen uit om Gods Koninkrijk te prediken (Luk. 9:2). Ook Filippus en Paulus predikten erover (Hand. 8:12; 19:8; 20:25; 28:23,31). Het belang blijkt eruit dat Jezus zijn discipelen in de laatste veertig dagen na zijn opstanding onderwees over dit onderwerp (Hand. 1:3). Toch onderwijst het christendom er weinig over. Daarom gehoorzaamt slechts een klein aantal mensen aan de opdracht om het Koninkrijk van God te zoeken (Mat. 6:33; Luk. 12:31).
Het Koninkrijk zien
In nabijheid van Jezus is Gods Koninkrijk “onder u” (Luk. 17:21). Wedergeborenen kunnen het zien (Joh. 3:3). Sommigen zullen het Koninkrijk vóór hun dood zien (Mar. 9:1; Luk. 9:27). Bovendien brengt kennis van Gods Wil je dichter bij Zijn Koninkrijk (Mar. 12:34). Tenslotte kunnen wij arbeiders zijn voor het Koninkrijk (Kol. 4:11).
Koninkrijk verwachten
Zalving diende als teken van goddelijke uitverkiezing. In de tijd van Jezus verwachtten de Joden de komst van hun Gezalfde, de Messias. Na eeuwen van overheersing verlangden zij naar een rijk van vrede en gerechtigheid (Jes. 7:14-16; 9:1-6; 11:1-10; Jer. 23:5; Dan. 9:25-26; Micha 5:1-5; Zach. 9:9-10). Zo hoopten ook mensen zoals Jozef van Arimathea op Gods Koninkrijk (Mar. 15:43; Luk. 23:51).
Gods Vredevorst
Jesaja profeteerde een Vredevorst, een Kind en een Zoon op wiens schouders de heerschappij zou rusten (Jes. 9:5-6). De engel Gabriël bevestigde dat deze profetie op Jezus slaat (Luk. 1:32-33). Daarom draagt Jezus de titel Christus, wat “gezalfde” betekent.
Jezus spreekt over Zijn Koninkrijk
Pilatus vroeg of Hij een koning was; Jezus antwoordde dat Hij daarvoor geboren en in de wereld gekomen was: om voor de waarheid te getuigen (Joh. 18:36-37). Openbaring noemt Hem later “Koning der koningen en Heere der heren” (Op. 19:16).
Heerschappij van Gods Koninkrijk
De Messias zal heersen op Davids troon en over zijn koninkrijk (Jes. 9:6). Deze heerschappij beperkt zich niet tot het oude Israël. Integendeel, zijn jurisdictie strekt zich verder uit dan de grenzen die aan Abraham werden beloofd (“van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de Eufraat”) (Gen. 15:18). Bovendien zal de uitbreiding van deze heerschappij geen einde kennen (Jes. 9:6). Daniël voorspelt dat God een koninkrijk opricht dat nooit zal vergaan (Dan. 2:44). Daarom spreekt Mattheüs van het ‘Koninkrijk Gods’ of ‘Koninkrijk der Hemelen’ (Mat. 19:23-24). Uiteindelijk zal dit koninkrijk de gehele aarde omvatten (Dan. 2:35,45).
Gods Koninkrijk kome
In het ‘Onze Vader’ bidden wij om de komst van Gods Koninkrijk (Luk. 11:2). Nadat het Koninkrijk gekomen is, zal Jezus opnieuw delen in het avondmaal en drinken van de vrucht des wijnstok (Luk. 22:16; 22:18; Mar. 14:25).
Gods Koninkrijk op aarde (duizendjarig rijk)
Bij zijn wederkomst zal Jezus het wereldrijk van vrede en gerechtigheid vestigen op aarde; tegelijk breekt er grote strijd los en ging er voorafgaande rampspoed aan vooraf (Op. 19:11-21; Op. 16; Op. 20:1-6). Dan strekt het koninkrijk Israël zich uit “van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de Eufraat” (Gen. 15:18). Tevens worden alle delen van Israël bijeengebracht uit de volken (Ezech. 28:25-26). Dit betreft zowel Juda, Benjamin en Levi als de overige tien stammen (Ezech. 37:16-22).
Jezus zal Koning van Israël zijn (Luk. 1:32-33). De twaalf apostelen zullen met Hem heersen over Israël; zij behoren tot de ‘eerste opstanding’ en ontvangen onsterfelijke lichamen om met Christus op aarde te regeren (Luk. 22:28-30; Op. 20:4-6; 1 Thess. 4:16-18; 1 Kor. 15:50-54). Wereldse verleidingen zullen hen niet beïnvloeden. God wijst aan hen gebieden toe waarop zij als plaatsvervangers van Jezus regeren (Luk. 19:11-19). Bovendien vervullen de eerstelingen een koninklijk priesterschap en onderwijzen ze mensen in Gods wet (1 Pe. 2:9). Jezus vervulde de wet om als voorbeeld te dienen, niet om die af te schaffen (Mat. 5:17).
Gods Koninkrijk op de nieuwe aarde
Uiteindelijk zal de Zoon het koningschap aan God overgeven (1 Kor. 15:24). Dit gebeurt aan het einde van het duizendjarig rijk. Daarna volgt een allesvernietigende strijd; de hemel en aarde zullen voorbijgaan (Op. 20:7-10; Op. 20:11; 21:1). Vervolgens vindt het Laatste Oordeel plaats; mensen worden geoordeeld naar hun werken en wie in het boek des levens staat, getuigt van het nieuwe Jeruzalem op een nieuwe aarde en hemel (Dan. 7:26-27; Op. 20:12-15; Op. 21:1-2). Net als de eerstelingen ontvangen zij een onvergankelijk lichaam, want vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven (1 Kor. 15:50).
Ten slotte klinkt het woord uit de hemel: “Zie, de tent van God is bij de mensen; Hij zal bij hen wonen … God zal alle tranen afwissen; de dood zal er niet meer zijn; geen rouw, jammerklacht of moeite meer; want de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (Op. 21:3-4).
Gods Koninkrijk inkomen
De profeten riepen op tot bekering. Ook Jezus riep: “Bekeer u, de tijd is vervuld, het Koninkrijk Gods is nabij gekomen” (Mar. 1:15; Mat. 3:2; 4:17; 10:7). Men moet zich van zonde bekeren om het Koninkrijk Gods te betreden (Mar. 9:47). Verder kunnen vlees en bloed het Koninkrijk niet beërven (1 Kor. 15:50). Alleen wie geboren zijn uit water en Geest en geschreven staan in het boek des levens van het Lam, zullen het eeuwige Koninkrijk binnengaan (Joh. 3:5; Op. 21:27).
Doop met de Heilige Geest
Waterdoop begraaft het oude; de Heilige Geest doopt, vernieuwt en bewerkt gaven, vrucht en een leven in gehoorzaamheid. Ontdek waarom deze Geestelijke doop onmisbaar is voor werkelijk nieuw leven.